Benchmarken, outperformen en een bila

Managementtaal

In de Nederlandse kantoorpanden en vergaderzalen communiceren we heel wat af. Hoewel, we gebruiken veel woorden om weinig of niets te zeggen. En weten we zelf wel wat we bedoelen? Toen ik onlangs op de volgende zin stuitte, was voor mij de maat vol.

“We benchmarken voortdurend en al maanden outperformen we onze concullega’s

Werkelijk, ik had geen idee waar het over ging. Verrassend was het moment waarop ik vroeg wat de spreker bedoelde. Wat een domheid. Niet hij, maar ik was blijkbaar ongeschikt om aan deze managementbijeenkomst deel te nemen. Immers, als ik niet eens begreep wat hij zei, wat deed ik daar dan.

Bila of gewoon persoonlijk overleg

Waarschijnlijk werd het tijd om ons verschil van inzicht buiten de vergadering te bespreken. Tijdens een bila, welteverstaan. Ik reageerde op zijn uitnodiging met de mededeling dat ik wel een gaatje in mijn agenda vrij had voor een persoonlijk overleg. Met die opmerking legde ik de basis voor een moeizaam gesprek, want gevoel voor humor is niet iedereen gegeven.

“Cees, heb jij straks tijd voor een bilaatje?”

Spontaan begint het overal te jeuken. Al krabbend vraag ik mij af waarom hij niet simpelweg informeert of ik een paar minuten vrij kan maken voor een persoonlijk gesprek?

Vergaderzalen, kantoortuinen en burelen van de managers staan bol van werkoverleg, vergaderingen, besprekingen van het MT, teambijeenkomsten en andere tijdrovende groepsgesprekken. Denk nu vooral niet dat er voortdurend bilaterale onderhandelingen worden gevoerd.  U weet wel, overleg tussen twee landen. Nee, het gaat gewoon om een gesprek van man tot man. Of van vrouw tot vrouw. Combinaties zijn ook mogelijk.

Slagveld met vaagtaal

Vaagheden, loze kreten, woorden die niets betekenen, ongebreideld gebruik van het Engels. Dat is allemaal al lastig genoeg. Als we die vaagtaal ook nog eens gaan opschrijven, wordt het een compleet slagveld. Nog een voorbeeld.

“Die issues met de stakeholders zijn inmiddels verholpen en we zijn weer helemaal up to speed.”

Kan het nog gekker? Ja. Dat ontdekte ik toen ik een afspraak wilde maken met twee mensen van hetzelfde bedrijf. “Prima”, zei de secretaresse, “ik zal een trila inschieten.” Nu al het spoor bijster? Ik ook, maar ik zal de geheimen van van de poldertaal in kantoren en vergaderzalen onthullen in ‘Jeukwoorden en andere kriebels’, waar ik nu dagelijks aan werk.

Vanmorgen behaalde ik mijn eerste mijlpaal: 40 pagina’s vol teksten die niets zeggen, woorden die onjuist worden gebruikt, slechte vertalingen en ander misbruik. Welke woorden zorgen bij jou voor kriebels? Laat het me weten.

Geplaatst in schrijfnieuws en getagd met .

Dagelijks ben ik in de weer met taal en tekst en houd ik koers in de dynamische wereld van de hedendaagse media. Ik blog, schrijf en redigeer teksten en verzorg journalistieke producties. Tijdens mijn schrijfworkshops en -presentaties draag ik mijn kennis over. Anderen leren betere teksten te schrijven geeft me voldoening. Vooral als de auteurs meer plezier krijgen in het schrijven.

Geef een reactie