‘Alle emoties schreeuwde ik eruit’

Leeft hij nog, vroeg ze aan de agenten. Die wisten het niet. Na een ernstig motorongeluk balanceerde Edward van Leeuwen uit Zwartebroek wekenlang op het randje van leven en dood. Dat hij ooit nog thuis op de bank zou zitten, leek vrijwel uitgesloten. Nu is hij zover hersteld dat hij binnenkort met een ballon de lucht in gaat.

Edward van Leeuwen (foto Pauw Media).
Edward van Leeuwen, op de bank met zijn vrouw Greta, balanceerde wekenlang op het randje van leven en dood (foto Pauw Media).

Voor Edward van Leeuwen (45) uit Zwartebroek is het niet de eerste keer dat hij met een ballon een luchtreis maakt. In 2003 stapte hij ook al in het mandje, samen met zijn vrouw Greta (44) met wie hij toen drie jaar getrouwd was. Sinds dat moment is er het nodige gebeurd en daarmee krijgt de komende ballonvaart een bijzondere betekenis, zegt Greta als we met haar en Edward de dramatische gebeurtenissen van de afgelopen maanden de revue laten passeren.

“Op 26 april vorig jaar overleed mijn schoonmoeder. Edward lag toen nog in coma in het ziekenhuis. Daarna, op 21 juni, overleed onze schoonzus, afgelopen februari moesten we afscheid nemen van de broer van mijn vader en een paar weken geleden was een neefje hier op de Rijksweg betrokken bij een ernstig verkeersongeval. Kort daarna is hij bezweken aan zijn verwondingen”, vat Greta kort en zakelijk samen. Tragische gebeurtenissen volgden elkaar de afgelopen maanden in rap tempo op, zo wordt duidelijk.

Gillende sirenes

Dat brengt ons gesprek op het ernstige verkeersongeluk waarbij Edward levensgevaarlijk gewond raakte. Praten valt hem nog steeds zwaar, maar hij luistert aandachtig naar zijn vrouw als zij haar relaas doet. Greta heeft weinig woorden nodig om kort en zakelijk te beschrijven wat er zich die avond afspeelde. “Het gebeurde hier in het dorp. Edward reed op de motor, moest uitwijken voor een tegenligger en klapte tegen een blok beton. Zwaar gewond werd hij met zwaailicht en gillende sirenes overgebracht naar het ziekenhuis in Utrecht.”

Tot zover de feiten. Dat het leven van Greta en Edward, en hun kinderen, vanaf dat moment op zijn kop staat, wordt duidelijk als zij verder verhaalt over de gebeurtenissen van die avond, nu ruim een jaar geleden. “Zelf was ik op dat moment in Nijkerk waar ik als vrijwilliger werk bij de lokale omroep. Ik werd toen gebeld door een buurman die vertelde dat de politie bij ons thuis voor de deur stond.”

Aanvankelijk denkt Greta dat het een grapje is. “Dat was me al eerder overkomen en ik veronderstelde dat ook nu iemand me in de maling wilde nemen.” Vergeefs, maar zich nog steeds niet bewust van de ernst van de situatie, probeert zij haar man per telefoon te bereiken. Edward neemt niet op. Als even later de politie zich meldt bij de Nijkerkse radiostudio, wordt voor Greta in één klap duidelijk dat er iets ernstigs aan de hand is.

“Aan die twee agenten vroeg ik of ze wisten of mijn man nog leefde. Ze dachten van wel, maar wisten het niet zeker. Stel je voor. Met die boodschap stapte ik achter in de politie-auto om met spoed naar het UMC in Utrecht te worden gebracht. Ik was in alle staten, maar belde al eerste mijn moeder die thuis op de kinderen paste. Daarna ging mijn telefoon weer en was het de broer van Edward. Die had op internet al foto’s gezien van het ongeluk en het wrak van de motor. Volgens hem zag het er niet goed uit.”

Als Greta in het ziekenhuis aankomt, ligt Edward al op de operatietafel. Zes uur lang zijn de artsen met hem bezig. Al snel blijkt dat hij naast alle andere verwondingen zijn nek en zijn rug heeft gebroken. Een van zijn voeten is totaal verbrijzeld en moet volledig ‘gerepareerd’ worden. Greta krijgt van de artsen geen positief nieuws en hoort dat ze met het ergste rekening moet houden. “Edward wordt slapend gehouden, dacht ik, maar de artsen vertelden dat hij in coma lag en het onwaarschijnlijk was dat het nog goed zou komen met hem. Als hij bij zou komen, bestond er grote kans dat hij als een kastplantje verder zou moeten leven.”

Dat bericht stelt Greta voor een niet te bevatten dilemma. “Zo’n leven, dat wilde Edward niet, dat wist ik zeker. Maar wat moest ik? Toen meldden de doktoren ook nog dat ze hem niet meer konden reanimeren als dat nodig mocht blijken. Ik moest beslissen over leven en dood. Dat kon ik niet. Edward wilde leven, dat voelde ik. Maar hoe? Daarom heb ik het in handen gegeven van God.”

Levensgevaar

Met Edward gaat het snel slechter. Door de beademingsapparatuur krijgt hij een ontsteking, maar de artsen besluiten geen antibiotica toe te dienen. Greta en haar familie bereiden zich voor op het naderend einde. Dan gebeurt er iets opmerkelijks. “Ook de doktoren waren verbaasd toen na een paar dagen die ontsteking was verdwenen. Voor mij was duidelijk dat Edwards wil om te blijven leven ontzettend sterk was. Dat voelde ik gewoon”, herinnert Greta zich.

Daarna gaat Edward langzaam vooruit. Als na een aantal weken het levensgevaar is geweken, wordt hij overgebracht naar een gespecialiseerde instelling in Den Haag. Drie keer per week reist Greta daar naartoe. “Als ik dan bij hem zat, verwachtte ik steeds dat hij mij zou herkennen, dat hij zou reageren, maar je hoopt iets te zien wat er maar steeds niet is.”

Dan, op 30 mei, bijna twee maanden na het fatale ongeluk, is er ineens contact tussen Greta en Edward. “Op dat moment werd het me teveel. Ontzettend, wat heb ik gehuild. Alle emoties van de voorgaande weken kwamen eruit. Dit was voor mij een teken dat het goed zou komen, hoewel er nog een lange weg te gaan zou zijn.” Edward reageert goed op de testen, maar zakt soms weer compleet weg. Opnieuw breekt er een periode aan waarin Greta heen en weer wordt geslingerd tussen hoop en vrees.

Terwijl zijn vrouw doorgaat met haar relaas, luistert Edward aandachtig. Als Greta hem vraagt of ze het goed verwoord, bevestigt hij dat, maar het valt hem zichtbaar zwaar om dit relaas te moeten aanhoren. Dan vervolgt ze: “Na die periode in Den Haag werd Edward overgebracht naar De Hoogstraten, een revalidatiecentrum in Utrecht. Op dat moment was de verwachting dat het nog wel twee jaar zou duren voordat hij thuis zou komen, maar op 20 december, een paar dagen voor kerst, zat hij hier weer op de bank.”

Overmand door verdriet

Als Greta haar verhaal vertelt, lijkt het alsof ze er zelf nauwelijks deel van uitmaakt. Dat is slechts schijn, geeft ze toe. “Van iedereen in mijn omgeving hoorde ik dat ik zo sterk was en mij zo flink hield, maar ik heb ook mijn twijfels gehad. Soms werd de spanning mij teveel en werd ik overmand door verdriet. Tal van vragen waarop ik geen antwoord wist, spookten voortdurend door mijn hoofd. Waarom nu, waarom wij, vroeg ik mij steeds af. Voor mijn gevoel was ik mijn man kwijt, onze kinderen hun vader. Gelukkig heb ik veel steun gehad aan mijn geloof en van onze kerkgemeenschap.”

Ook had Greta moeite om haar dochter van acht en haar zoon van vier, te vertellen wat er met hun vader aan de hand was, geeft ze toe. “Ik wist niet hoe ik het de kinderen allemaal moest uitleggen. Ze hadden zoveel vragen. Gelukkig heb ik daar professionele hulp bij gehad. Wel ben ik altijd eerlijk tegen hen geweest en ik heb de kinderen vaak meegenomen naar het ziekenhuis. Soms, als het me veel werd, heb ik in de tuin staan schreeuwen. Alle emotie moest er dan uit, maar ik wilde niet dat de kinderen me zo zouden zien, een radeloze moeder die niet meer wist wat ze moest doen.” Van de kleine en hechte dorpsgemeenschap krijgen Greta en haar kinderen volop hulp tijdens de zware maanden waarin zijn heen en weer worden geslingerd tussen hoop en vrees.

Op de motor

Edward is nu weer thuis, maar zijn herstel gaat langzaam. Of het ooit nog helemaal goedkomt is uiterst onzeker. Dat hij weer de oude wordt, zijn beroep als vrachtwagenchauffeur weer kan oppakken en regelmatig op de racefiets kan toeren, lijkt vrijwel uitgesloten. Als het aan hemzelf ligt stapt hij weer op de motor, maar het is onwaarschijnlijk dat dit ooit nog gebeurt. Greta zou er moeite mee hebben als hij dat zou doen, geeft ze toe. “Maar als hij het echt wil en hij kan het weer, wie ben ik dan om hem tegen te houden.” En Edward zelf? Die reageert nuchter en zegt: “Wat gebeurd is, is gebeurd. Dat kun je niet meer terugdraaien.” Daar laat hij het maar bij.

Enkele keren in de week gaat Edward nu naar de dagbesteding in de De Boogh in Amersfoort. Daar is hij creatief in de weer met hout. Boren, zagen en schuren gaat hem goed af en hij vindt het leuk om mooie dingen te maken. Op tafel staat een voorbeeld van zijn werk dat Greta met gepaste trots laat zien. Zijn grootste wens is echter dat hij weer achter het stuur van een truck kan kruipen. Dat was altijd zijn lust en zijn leven, zegt Greta. Edward kan dat alleen maar beamen.

Binnenkort gaat wel een andere lang gekoesterde wens in vervulling als Edward op 22 augustus in het mandje van de BDU-ballon stapt, dat is zeker. “Dan ga ik er met de kinderen in de auto achteraan”, verzekert Greta. “Dat deden we vroeger ook als we een ballon zagen die op het punt stond te gaan landen. Dan probeerden we er altijd eerder te zijn dan het ballonteam. Nu is het heel bijzonder dat Edward er in zit. Die willen we natuurlijk de lucht in zien gaan, en zien landen.” Zelf blijft Edward kalm onder het enthousiasme van zijn vrouw, maar duidelijk is dat hij net zo naar het avontuur uitziet als zij.

Dit is een artikel uit de serie interviews die ik in de zomer van 2018 schreef voor de Barneveldse Krant.

Geplaatst in publicaties en getagd met .

Dagelijks ben ik in de weer met taal en tekst en houd ik koers in de dynamische wereld van de hedendaagse media. Ik blog, schrijf en redigeer teksten en verzorg journalistieke producties. Tijdens mijn schrijfworkshops en -presentaties draag ik mijn kennis over. Anderen leren betere teksten te schrijven geeft me voldoening. Vooral als de auteurs meer plezier krijgen in het schrijven.

Wat is jouw mening?