‘Stilzitten is niks voor mij’

Na 33 jaar neemt Wim de Vries (60) afscheid als dierenarts, maar dat betekent niet dat hij op zijn lauweren gaat rusten. Als we hem spreken in zijn werkkamer in Groepspraktijk Dierenartsen in Barneveld kunnen we ons inderdaad niet voorstellen dat deze energieke man over een paar weken zijn dagen in volstrekte rust gaat doorbrengen. “Wel heb ik binnenkort meer gelegenheid voor mijn hobby’s, want ik heb nu een volledige dagtaak en er blijft weinig tijd over. Gelukkig ben ik gezond en heb ik genoeg energie om lekker bezig te blijven. Dat ga ik ook zeker doen.”

Dierenarts interview

Zijn vertrek willen De Vries en zijn collega’s niet ongemerkt voorbij laten gaan. Daarom organiseren zij op zaterdag 17 juni een open dag en kunnen de inwoners van Barneveld en omgeving afscheid nemen van De Vries. Dat belooft een dag vol activiteiten te worden. Natuurlijk is er gelegenheid voor een persoonlijk gesprek met de vertrekkende dierenarts, maar bezoekers kunnen ook een kijkje nemen achter de schermen. “Hier voeren we bijvoorbeeld zelf uitgebreide analyses van bloed en urine uit en maken röntgenfoto’s, echo’s, scopieën en we doen tal van andere onderzoeken. Ook verrichten we in eigen huis gecompliceerde operaties. Tal van voorzieningen zijn hier aanwezig en die willen we graag laten zien.”

Met veel genoegen kijkt De Vries terug op de 33 jaar die achter hem liggen. Reden om tijdens de feestelijke open dag het glas te heffen? Lachend antwoordt hij: “Ongetwijfeld voor de bezoekers een goede gelegenheid om een toast uit te brengen, maar zelf gebruik ik geen alcohol dus wijn, bier of sterke drank zijn niet aan mij besteed.”

Aan de vooravond van zijn vertrek kijken we met De Vries terug op zijn werkzame leven. Hij groeide op in Friesland en in zijn ouderlijk huis was het, zoals hij het zelf aanduidt, altijd een beestenbende. Zoals hij het vertelt heeft de plek waar hij zijn jeugd doorbracht inderdaad wel iets weg van een dierentuin met honden, pony’s, katten, duiven en geiten. Zelfs slangen, vissen, salamanders, roofvogels, kauwen en kraaien waren er in huize De Vries te vinden. “Mijn broer begon een dierenspeciaalzaak, dus het was niet zo vreemd dat ik ook iets met dieren ging doen. Na de middelbare school wilde ik diergeneeskunde gaan studeren.”

Werkeloosheid

In 1983 studeerde De Vries af en na enige omzwervingen belandde de Fries op de Veluwe. “Destijds was er veel werkeloosheid onder dierenartsen en waren er bijvoorbeeld nauwelijks vrouwelijke collega’s. Nu is meer dan 90 procent van de studenten diergeneeskunde vrouw. Aanvankelijk deed ik enkele waarnemingen in verschillende praktijken verspreid over het land. Vervolgens startte ik in de dierenartsenpraktijk in Barneveld. Dat was toen nog op de Van Heuvenlaan, in de buurt van de spoorlijn. Ik wilde graag in een grote praktijk werken en die mogelijkheid deed zich hier voor. Destijds vormden we met negen maten een maatschap. Nu zijn dat er zes en hebben we drie dierenartsen in vaste dienst. Vier jaar geleden hebben we Charlotte Muilwijk al aangenomen die mijn werk straks gaat overnemen. Vanwege de gestage groei van de praktijk is begin dit jaar ook nog Korie Homan als nieuwe gezelschapsdierenarts aangenomen.”

Sommige lezers kunnen zich ongetwijfeld de televisieserie ‘Dokter Vlimmen’ herinneren waarin een Britse dierenarts op het Engelse platteland dagelijks het ene moment een hond of kat onder handen en nam en daarna in en stal een koe hielp met de bevalling. Volgens De Vries is dat echt verleden tijd. “Diergeneeskunde heeft zich de afgelopen decennia snel ontwikkeld. In mijn beginjaren bestonden mijn werkzaamheden uit afwisselend het behandelen van gezelschapsdieren en bezoeken aan boerderijen. In de loop der jaren gingen we ons per diersoort steeds meer specialiseren om betere diergeneeskundige hulp te kunnen verlenen. Het is allang niet meer zo dat we alleen maar een injectie of een pilletje geven”, vervolgt De Vries.

“We voeren uitgebreide onderzoeken uit, doen allerhande behandelingen en verrichten zelf chirurgische ingrepen in onze operatiekamers. Ook krijgen we doorverwijzingen uit andere praktijken. Tegenwoordig komen mijn collega’s nog steeds bij de boeren in de stal. In de kliniek komt alles wat kleiner is dan koe, paard of varken. Hier behandelen we zelfs roofvogels knaagdieren, fretten en tal van andere dieren. Dit maakt het werk nu ook zo boeiend. Tegenwoordig is er niet alleen een splitsing tussen gezelschapsdieren en boerderijdieren, ook binnen de geneeskunde van de gezelschapsdieren hebben we ons op diverse onderdelen verder gespecialiseerd. Zo doen we veel cardiologie, orthopedie, chirurgie, dermatologie en moeilijke internistische patiënten.

Gebruiksvoorwerp

Niet alleen de wereld van de diergeneeskunde is ingrijpend gewijzigd, ook de manier waarop mensen met beesten omgaan is anders dan in het verleden “Door de jaren heen is een huisdier veranderd van een gebruiksvoorwerp naar een een lid van het gezin dat al onze aandacht krijgt. Een hond die aan een ketting ligt of een kat die niet verder mag komen dan de schuur. Dat zie je eigenlijk niet meer. Eigenaren zijn bereid om bijna alles voor het welzijn van hun dier te doen. Zo behandelde ik laatst een hond die pas 2,5 jaar oud was, maar nog nauwelijks kon bewegen vanwege afgescheurde kniebanden. Na de behandeling was het een totaal ander dier geworden. Zoiets geeft voldoening.”

Voor een eenvoudige praktijk zoals die van dokter Vlimmen lijkt in deze tijd steeds minder ruimte. “Schaalvergroting is tegenwoordig ook in deze sector het sleutelwoord. Dat kan zeker een aantal voordelen opleveren, maar ik vind dat een praktijk niet te groot mag worden. “Wij hebben bijvoorbeeld elke dinsdag een overleg bij één van de collega’s thuis. Dan lunchen we met elkaar en bespreken alle voorkomende zaken. Daarmee voorkomen we dat knelpunten een eigen leven gaan leiden en er uiteindelijk problemen ontstaan. Binnen de maatschap hebben we de taken verdeeld en ik houd me onder andere bezig met een aantal bedrijfsmatige activiteiten. Daarnaast heb ik mij gespecialiseerd in lastige operaties waaronder orthopedische ingrepen. Ook richt ik me binnen de praktijk op tandheelkunde. We leggen de lat hoog en proberen hier het ziekenhuisniveau na te streven. Daar hoort ook bij dat we zelf veel onderzoek doen.”

Sommigen dierenartspraktijken streven volgens De Vries ‘groei’ als doel op zich na en dat vindt hij niet verstandig. “Volgens mij moet het juist een middel zijn om je werk beter te kunnen doen. Een praktijk moet ook niet te omvangrijk worden, want dan dreigt de overhead te zwaar te worden. Voordeel van het werken met diverse collega’s in een hecht team is wel dat er ook ruimte blijft om je voortdurend bij te scholen. Zo heb ik in 2015 en 2016 een uitgebreide cursus orthopedische chirurgie gedaan.”

In het buitenland groeit het aantal dierenartspraktijken die onderdeel zijn van een overkoepelende organisatie. In Zweden is bijvoorbeeld inmiddels circa 60 procent van de dierenartspraktijken overgenomen. Daarmee verdwijnt ook het zelfstandig ondernemerschap van een dierenarts en dat is volgens De Vries één van de drijvende krachten achter innovatie en ontwikkeling. Die ketenvorming verwacht de scheidende dierenarts in Nederland in de toekomst ook. Ook ziet hij de belangstelling voor een ziektekostenverzekering voor dieren groeien. “Dat is logisch, want een noodzakelijke behandeling kan flink in de papieren lopen. In landen als Zweden is het normaal dat je een verzekering voor je huisdier afsluit. Toch merk ik gelukkig zelden dat iemand zijn dier niet wil laten behandelen omdat het teveel geld zou kosten.”

Wildbeheer

Naast zijn werkzaamheden als dierenarts houdt De Vries zich bezig met wildbeheer. Hij is gediplomeerd valkenier, heeft een driejarige opleiding voor grofwildbeheer gevolgd en hij bezit een jachtdiploma. Is dat in zijn geval niet een opmerkelijke combinatie? “Inderdaad krijg ik daar weleens een vragen over. Hoe kun je dieren genezen en tegelijk jagen, vragen mensen dan. Voor mij staat daarbij voorop dat je op een verantwoorde wijze moet omgaan met de natuur. Wat er bijvoorbeeld in de Oostvaardersplassen gebeurt, vind ik verschrikkelijk. In de zomermaanden is daar voedsel in overvloed, maar in de wintermaanden kwijnen de dieren weg en sterven ze vaak met honderden per winter door hongersnood. Gevolgen van slecht wildbeheer zie je ook in de Kennemerduinen bij Zandvoort. Daar zorgt een te grote populatie damherten voor veel overlast en gevaarlijke situaties. Dat heeft niets meer te maken met liefde voor de natuur.”

Hoe anders is dat in Zweden, voor De Vries bijna zijn tweede vaderland. “Daar wonen negen miljoen mensen en zijn er 300.000 jagers. Nederland telt er 30.000. De bevolking gaat er heel anders om met het begrip ‘jacht’. Als er een eland wordt geschoten, krijgt iedereen in het dorp een stuk vlees.” De Vries heeft al jaren een tweede huis in het zuiden van Lapland, waar hij kan jagen in een gebied zo groot als een kwart van Nederland met slechts 12000 inwoners. Ook spreekt hij inmiddels Zweeds. “Bij Ewa Gerritsen, docente Zweeds aan de Barnevue, heb ik de nodige lessen gevolgd en ik kan mij nu prima redden. Nee, permanent in Zweden gaan wonen zit er niet in, maar ik ga daar naar verwachting wel een week per maand als veterinair chirurg aan de slag in een dierenziekenhuis.” Daarnaast zal De Vries regelmatig gaan vliegvissen en op jacht gaan. Stilzitten is er voor hem inderdaad niet bij.

Dit artikel werd geplaatst in de Weekendbijlage van de Barneveldse Krant.

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Geplaatst in .

Dagelijks ben ik in de weer met taal en tekst en houd ik koers in de dynamische wereld van de hedendaagse media. Ik blog, schrijf en redigeer teksten en verzorg journalistieke producties. Tijdens mijn schrijfworkshops en -presentaties draag ik mijn kennis over. Anderen leren betere teksten te schrijven geeft me voldoening. Vooral als de auteurs meer plezier krijgen in het schrijven.

Geef een reactie