Bevlogen docente met liefde voor taal

Haar passie voor taal voerde Ernie Kuijer, docent Nederlands bij Radboud in’to, uit Nieuw Milligen naar Ede. Daar geeft zij les aan hoogopgeleide anderstaligen die het Nederlands snel onder de knie willen krijgen. Een gesprek met een bevlogen docente en twee gemotiveerde leerlingen.

Ernie Kuijer geeft taalles aan hoogopgeleide buitenlanders.
Ernie Kuijer geeft taalles aan Rami (links) en Lorena. Rechts fotograaf Henk Hutten.

“Praat maar gewoon Nederlands”

We zitten aan de grote tafel in de sfeervolle keuken van Ernie. Terwijl zij voor de koffie met het traditionele Hollandse koekje zorgt, spreken we met de uit Syrië afkomstige Rami (28) en Lorena (33) uit Mexico. Praat maar gewoon Nederlands, had Ernie bij binnenkomst gezegd, want ze willen de taal graag leren. Daarover bestaat geen twijfel, want de twee doen hun uiterste best niet uit te wijken naar het Engels.

Als eerste steekt Lorena van wal. Twee jaar geleden kwam ze met haar elfjarige dochter naar Nederland. In Mexico werkte ze als dierenarts in de vleesindustrie. Dat beviel haar steeds minder, maar veel alternatieven om in haar vakgebied in Mexico aan de slag te gaan, waren er niet. “Ik deed vooral de hygiënische inspecties, maar ik ben dierenarts en ik wilde op een andere manier met mijn vak bezig zijn.” Dat deed haar besluiten op het vliegtuig te stappen en naar Nederland te vertrekken.

Rechtenstudent

Voor Rami was de reden om zijn vaderland te verlaten anders. Hij behoort tot de kleine gemeenschap van Druzen, een minderheid in het overwegend islamitische Syrië. Rami studeerde rechten, totdat hij in militaire dienst moest. Daar voelde hij niets voor en hij besloot te vluchten. Eerst ging hij de grens met Libanon over, waarna hij in Turkije belandde. Vandaar reisde hij via Griekenland en Bosnië naar West-Europa.

“Vanaf het moment dat ik besloot Syrië te verlaten wilde ik al naar Nederland. Als kind keek ik altijd naar de wedstrijden van het Nederlandse voetbalteam. Als ik moet vertrekken, ga ik daar naartoe, dacht ik steeds. Ik wilde verder studeren in een land waar het recht gerespecteerd wordt. Bovendien zijn hier verschillende internationale organisaties gevestigd die zich met de rechten van de mens bezighouden. Daar wil ik me ook voor inzetten.”

Expertisecentrum Radboud Universiteit

Vol ambities en plannen komen Lorena en Rami aan in Nederland. Al snel werd duidelijk dat ze, naast allerlei praktische zaken, vooral moesten zorgen dat ze de Nederlandse taal onder de knie zouden krijgen. Zo komen ze in contact met Radboud in’to Languages, het expertisecentrum voor taal en communicatie van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Dat verzorgt, samen met partnerorganisatie Wageningen in’to Languages, ook op de Christelijke Hogeschool Ede (CHE), onder andere cursussen Nederlands voor inburgeraars en anderstaligen die in Nederland willen studeren of werken.

Daar ontmoetten Rami, Lorena en Ernie elkaar. Tijdens de verschillende lessen en trainingen is het flink aanpoten, benadrukt Ernie, maar ze is ook onder de indruk van de gedrevenheid en motivatie van haar cursisten. “Al enige tijd ben ik als docent NT2, Nederlands als tweede taal, aan deze organisatie verbonden en help ik nieuwkomers het gewenste taalniveau te bereiken. Dat vind ik echt bijzonder, want ze hebben hun vaderland achtergelaten om in een vreemd land, waarvan ze de taal niet spreken, een universitaire opleiding te volgen. Niet alleen moeten ze hun draai zien te vinden, ook moet er flink gestudeerd worden.”

Zoveel agricultuur

Tijdens het gesprek met Rami en Lorena wordt duidelijk dat ze alles uit de kast halen om het Nederlands onder de knie te krijgen. Slechts een enkele keer stappen we over op het Engels, maar Ernie houdt scherp in de gaten dat we niet voor de makkelijkste weg kiezen. “Wat een mooi land, dacht ik toen ik Nederland voor het eerst zag. Met zoveel agricultuur. Dat sprak me als dat dierenarts natuurlijk bijzonder aan.”

Onderdak vinden voor haar en haar dochter bleek niet eenvoudig, maar Lorena slaagde erin een klein appartement te bemachtigen in een groot herenhuis in Wageningen. “Daar wonen we met twee Nederlandse families, op de zolder. Inderdaad, dat was afgelopen zomer erg warm.” Aanvankelijk ging haar dochter naar een schakelklas voor buitenlandse kinderen, maar na tien maanden stapte ze over naar een ‘gewone’ school waar ze nu alle lessen in het Nederlands volgt.

Duurzame veeteelt en dierwetenschappen

Veel tijd om te wennen aan haar nieuwe woonomgeving had Lorena niet, want ze moest hard aan de bak op de Wageningen Universiteit voor haar studie duurzame veeteelt en dierwetenschappen. “Daar wordt veel in het Engels lesgegeven, maar ik vind het belangrijk om mij goed te kunnen redden in het Nederlands. Met de cursussen, veertig lessen van twee uur, van Ernie in Ede gaat dat steeds beter. En mijn dochter verbetert mij voortdurend”, zegt ze lachend.

Stroopwafel op een kopje

Op de universiteit volgde Lorena eerst een cursus ‘social Dutch’ zodat ze zich snel kon redden bij het doen van de boodschappen en andere dagelijkse activiteiten. “Vaak werd ik direct in het Engels aangesproken, dat is aardig bedoeld, maar daardoor was het lastiger om Nederlands te leren.” Toch kan ze nu prima uit de voeten met de lastige taal van de Lage Landen. Ook sommige gewoonten heeft ze snel overgenomen. “Zeker, een stroopwafel leg ik op het kopje om ’em lekker zacht te laten worden. Dat had ik al snel in de gaten. De huizen vind ik mooi, en al die tuinen, vooral de groentetuinen die je hier in de buurt veel ziet. Bovendien is Nederland een stuk veiliger dan Mexico. Hier kun je nog zonder zorgen over straat.”

Reizen met de trein vinden Lorena en haar dochter nog steeds een belevenis. “In Mexico hebben we nauwelijks treinen. Daar stappen we in de bus. Wat ik mis? Vooral mijn familie. En de echte tortilla’s”. Met de studie gaat het voorspoedig, want Lorena heef onlangs haar master ‘Animal Science’ gehaald. Nu is zij naarstig op zoek naar een baan. “Als ik die vind, kan ik na het afronden van mijn studie in Nederland blijven, want dat is wat ik het liefste wil.”

“Iets persoonlijks? Dat is mijn luit”

Ook Rami hoopt in Nederland te kunnen blijven. Zodra hij zijn rechtenstudie heeft afgerond wil hij vluchtelingen bijstaan die hier een verblijfsstatus hopen te bemachtigen. Inmiddels heeft hij een sociaal netwerk opgebouwd en geeft hij regelmatig concerten. “Ik speel sinds mijn dertiende luit en heb een aantal Nederlandse liedjes geleerd. Die vallen altijd in de smaak als ik ergens optreed”, zegt hij terwijl hij op zijn mobiele telefoon een filmpje laat zien van een van zijn optredens.

Die luit is één van Rami’s dierbaarste bezittingen. “Bij het begin van de cursussen in Ede moesten we iets persoonlijks meenemen. Dat was voor mij mijn muziekinstrument.” Lorena nam bij die gelegenheid de atlas van haar dochter mee. “Daar hebben we voor ons vertrek vaak in gekeken. Iedere keer zochten we naar dat kleine landje in Europa waar we zo graag naar toe wilden.”

“Nederlands is een mooie, zachte taal”

Toen Rami ruim drie jaar geleden naar Nederland kwam, werd hij eerst ondergebracht in een AZC in het Brabantse Budel. Dat ze daar een ander accent hebben dan in andere delen van het land, viel hem direct op. “Ook heb ik nog een poosje in Schalkhaar gewoond, maar gelukkig heb ik nu eindelijk een eigen huis.” Nederlands vindt hij een mooie, zachte taal die hem als muziek in de oren klinkt. “Maar wel lastig. Vooral al die kleine woordjes.”

Wat hem en Lorena opvalt is dat bij veel huizen ’s avonds de gordijnen open blijven. “In Syrië staat de deur altijd open en kan iedereen zomaar naar binnen lopen. In Nederland maak je eerst een afspraak. Dat vind ik eigenlijk wel handig, want je kunt ook rustig zeggen dat het bezoek minder gelegen komt. Wel is onze familieband veel sterker. Dat mis ik hier.”

Persoonlijke band

Met zichtbaar genoegen hoort Ernie de gesprekken aan haar keukentafel  aan. “Bij mijn lessen probeer ik altijd een stapje verder te gaan dan alleen maar het leren van de taal. Als je zo intensief met elkaar werkt, ontstaat er een persoonlijke band. Aan het einde van de opleiding is het moeilijk afscheid van elkaar te nemen. Als mijn leerlingen examen moeten doen, ben ik minstens zo gespannen als zij. En ik ben apetrots als zij geslaagd zijn.”

Duidelijk is dat Ernie haar liefde voor de taal – ze was jarenlang een van de Barneveldse dorpsdichters – ook wil overbrengen op haar cursisten. “Ik besteed volop aandacht aan de bouwstenen van de taal en aan de grammatica. Dat wordt allemaal opgepikt. Heerlijk om te ervaren dat de deelnemers aan de cursussen zo gemotiveerd zijn om het Nederlands echt onder de knie te krijgen. Zeker, de lessen zijn intensief, maar het geeft veel voldoening en ik krijg er het nodige voor terug.”

Ernie Kuijer uit Nieuw Milligen heeft een liefde voor taal en geeft taalles aan anderstaligen.
Ernie Kuijer uit Nieuw Milligen (r) geeft taalles aan hoogopgeleide anderstaligen.

Voordat we ons gesprek afronden, komen er nog wat studieboeken op tafel. Ernie neemt  een lijst ter hand en vraagt haar leerlingen naar de betekenis van verschillende afkortingen. Ook die blijken Lorena en Rami al aardig te beheersen. “Dat laat zien, dat ze er echt alles aan doen om zo goed mogelijk Nederlandse te spreken, te lezen en te schrijven”, besluit Ernie met gepaste trots.

Als we even later afscheid nemen en in de auto stappen, klinkt het vrolijk en accentloos: “Doei”. Ook de minder officiële elementen van onze taal hebben duidelijk geen geheimen meer voor Lorena en Rami.

Taalcursussen en meer

Radboud in’to Languages verzorgt niet alleen groepscursussen Nederlands en achttien andere talen voor anderstaligen. Het expertisecentrum biedt ook taal- en communicatietrainingen op maat voor professionals en levert vertalingen en redactiewerkzaamheden. 

Informatie: www.into.nl. (Dit artikel werd schreef ik voor de Barneveldse Krant. Het werd in augustus 2018 gepubliceerd in de Weekendbijlage)

Geplaatst in schrijfnieuws en getagd met .

Wat is jouw mening?