De laatste getuige

Als kleine jongen zwerft Wim Alosery (1923) zwerft door de straten van Kattenburg om uit de handen van zijn drinkende stiefvader te blijven. In die Amsterdamse buurt weet hij te overleven en ontwikkelt hij eigenschappen die tien jaar later zijn leven zullen redden. 

De laatste getuige, van Frank Krake.
Levensverhaal van Wim Alosery, de man die drie concentratiekampen en een scheepsramp overleefde.

Arbeidseinsatz ontvluchten

Liggend op het dak van een rijdende trein ontvlucht hij de verplichte Arbeitseinsatz in Duitsland en duikt hij onder bij een boer in West-Friesland. Maandenlang schuilt hij in een kist onder de grond, tot hij bij een razzia wordt opgepakt.

Van Kamp Amersfoort naar Neuengamme

Na een verblijf in het beruchte Gestapo-hoofdkwartier in de Euterpestraat en het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam, wordt Wim opgesloten in Kamp Amersfoort. Na enkele weken gaat hij op transport naar Neuengamme bij Hamburg, een relatief onbekend concentratiekamp in Duitsland. Door zijn inventiviteit, levenskracht en wat hij tijdens zijn jeugd op Kattenburg leerde, wee hij de verschrikkingen van het kamp te overleven.

In het hoofdkamp en de Aussenlager, de buitenkampen, is het motto: Vernichtung durch Arbeit – vernietiging door arbeid. Wim wordt tewerkgesteld bij het onmenselijk zware graafcommando voor antitankgrachten in Noord-Duitsland. 

Op oceaanstomer Cap Arcona

Enkele dagen voor de bevrijding komt hij na een gruwelijke tocht met zevenduizend medegevangenen op de luxe oceaanstomer Cap Arcona terecht, in de baai van Lübeck en op twee kilometer van de kust. De bevrijding is nabij. Terwijl de geallieerden het Duitse leger op de wal tot overgave dwingen, voert de RAF bombardementen uit op de schepen die in de baai voor anker liggen. Drie daarvan, waaronder de Cap Arcona, worden vol getroffen. De gevangenen zitten benedendeks als ratten in de val. 

Wonderbaarlijke ontsnapping

Sonny Boy van Annejet van der Zijl

Op wonderbaarlijke wijze weet Wim het inferno te ontvluchten. Totaal uitgeput bereikt hij de wal, aan de goede kant van de baai. Waldemar Nods, de vader van Sonny Boy, zit op hetzelfde schip. Ook hij weet te ontkomen, maar wordt op het strand alsnog door jongens van de Hitlerjugend vermoord. Wim overleeft met niet meer dan vierhonderd andere gevangenen één van de grootste scheepsrampen aller tijden. 

Afrekenen met het kampsyndroom

Op 94-jarige leeftijd is Wim de laatste overlevende die dit nog kan navertellen. Daarvoor moet hij na de oorlog eerst afrekenen met zijn kampsyndroom. Dat lukt hem mede met de hulp van zijn vrouw. Hij wordt niet zuur, cynisch en haatdragend, maar omarmt vol positivisme het leven, de liefde voor de mens en de vrijheid.

Aan Frank Krake vertelt hij hoe hij drie concentratiekampen en een scheepsramp overleefde, een ramp met vier keer zoveel slachtoffers als bij de Titanic.

Over Frank Krake, de auteur

Frank Krake (1968) studeerde Marketing Strategy aan de Rijks Universiteit Groningen (RUG).  Eerder schreef hij de autobiografie De rampondernemer (2013) en Menthol (2016) over de eerste zwarte man in Twente. Zijn werk verscheen onder andere in de Verenigde Staten.

Geplaatst in boekentip en getagd met .

Wat is jouw mening?