‘Door mijn vader kon ik mijn plan uitvoeren’

Ooit begon het als een stationskoffiehuis. Daarna was er een bondshotel in gevestigd, bood het een onderkomen aan de biljart- en de klaverjasclub en gingen er in de slijterij flessen drank over de toonbank. Nu is Buitenlust in Voorthuizen een sfeervol restaurant waar de jongste generatie Heetmayer voor de nodige veranderingen zorgt. 

Buitenlust Voorthuizen: al tachtig jaar een familiezaak

Voorthuizen 1920. In de stationsrestauratie wacht een aantal reizigers geduldig op de komst van de trein die hen naar Nijkerk zal brengen. Met een kopje koffie in de hand wisselen ze de laatste nieuwtjes uit. Haast is deze mensen onbekend. Aan het begin van de 20e eeuw neem je immers de tijd om te reizen.

Buitenlust Voorhuizen aan het begin van de twintigste eeuw.
Buitenlust Voorhuizen aan het begin van de twintigste eeuw.

Wat de gasten van de uitspanning in Voorhuizen op dat moment niet kunnen bevroeden is dat ruim honderd jaar later het eenvoudige koffiehuis is getransformeerd tot een restaurant waar je in een sfeervolle ambiance niet een simpel hapje komt eten, maar ruimschoots de tijd neemt om een avond uitgebreid te tafelen. Geen haast. Nog net zo als toen voormalig veldwachter Willem Bos in 1903 voor het eerst de deuren van het etablissement opende.

Kom maar op maandag voordat de zaak open gaat dan zijn Marjolein en Theo er ook, zegt Jolanda Heetmayer als we een afspraak maken. Enkele dagen later praten we over de historie van de horeca-onderneming, de ingrijpende veranderingen, de recente nieuwbouw en de manier waarop vader, moeder en dochter samen het horecabedrijf leiden dat dit jaar het tachtigjarig jubileum viert.

Theeschenkerij

“Mijn opa was particulier chauffeur van dokter Krul. Oma had een theeschenkerij”, vertelt Theo als we aan de ronde tafel bij de schouw terugblikken op de beginperiode van wat later Restaurant Brasserie Buitenlust Voorthuizen zou gaan heten. “Van een eierboer hoorden mijn grootouders dat dit pand te koop stond. Aan het einde van de jaren ’30 hebben ze het overgenomen”, zegt hij, wijzend op een forse zwart-wit foto die een van de wanden van het restaurant vrijwel geheel in beslag neemt. Op de afbeelding zien we het gebouw zoals dat vanaf het begin van de vorige eeuw een prominente rol speelde in het openbare leven in Voorthuizen.

Begin 1900, als de treinverbinding tussen Ede en Nijkerk in gebruik wordt genomen, opent ook het stationskoffiehuis de deuren. Naast een plek waar de reiziger een consumptie kan nuttigen, bieden de toenmalige eigenaren de mogelijkheid om er te overnachten. In de annalen vinden we zelfs een vermelding als ‘bondshotel’. Die functie behoudt het gebouw tot het moment waarop in 1938 over het spoor alleen nog goederen worden vervoerd.

Met het verdwijnen van de passagierstreinen loopt ook de klandizie van de stationsrestauratie terug. Net voor de Tweede Wereldoorlog is er nog even sprake van een kleine opleving als tijdens de mobilisatie een aantal huzaren in de buurt wordt gelegerd. Na de bevrijding zetten Theo’s opa en oma de zaak voort, maar de loop is er uit. In de jaren ’60 moet Theo’s vader Herman, die op dat moment zijn militaire dienstplicht vervult, onverwacht de leiding van het bedrijf overnemen als opa Heetmayer ernstig ziek wordt.

Klaverjasclub in het dorpscafé

Door de aanleg van de A1, de snelweg tussen Amersfoort en Apeldoorn, verliest de voormalige stationsrestauratie nog meer klanten en voor Herman blijft er weinig anders over dan het roer drastisch om te gooien. “Vanaf dat moment ging hij zich meer op het dorpsleven richten. Hij formeerde een klaverjasclub en hij zette een biljartclub op. Het werd echt een dorpscafé”, herinnert Theo zich.

Dat destijds een biljart een groot deel van het huidige restaurant in beslag nam is nauwelijks meer voor te stellen. “Van een hotel en stationsrestauratie was het een café geworden en mijn vader zorgde er wel voor dat er altijd wat te doen was.” Zelf loopt Theo in die jaren vaak in een kokspakje door de gelagkamer en de keuken. Met recht heeft hij het horecaleven met de paplepel ingegoten gekregen, zegt hij terugdenkend aan zijn jeugd in en boven het café van zijn ouders.

Het horrecaleven kreeg ik me det paplepel ingegoten.

Toch neemt hij niet direct de zaak over nadat hij de school voor de horeca heeft afgerond en bij andere horecabedrijven de nodige ervaring heeft opgedaan. Als hij de kans krijgt om bedrijfsleider bij Restaurant de Punt in Voorthuizen te worden, grijpt Theo die met beide handen aan. “Twaalf jaar heb ik dat gedaan, waarvan de laatste tien jaar samen met Jolanda.”

Jolanda hoort het verhaal van haar man geamuseerd aan en haast zich te melden dat zij destijds geen carrière in de horeca voor ogen had, maar zij er min of meer is ingerold. “Ik ben opgegroeid op een boerderij en ging solliciteren bij De Punt. Zo ontmoette ik Theo.” En de vonk sloeg al vrij snel over”, geeft zij lachend toe.

Gezelligheid verdwijnt door het rookverbod

Nadat Theo in 2001 de zaak van zijn vader overneemt, spant hij zich samen met zijn vrouw in om het café van zijn vader draaiende te houden. Dat wordt, onder andere door het rookverbod, steeds lastiger. “Niet zo gek”, vinden Theo en Jolanda. “Als er een paar mensen gezellig aan de bar zitten en er staan er twee op om buiten te gaan roken is niet alleen de gezelligheid weg, ook de consumptie wordt minder.”

Dat is echter niet het enige probleem. Diep in zijn hart staat Theo liever achter het fornuis dan achter de bar. Ook Jolanda ziet zich niet tot in lengte van dagen biertjes tappen of borrels schenken. “Nee, dat café was niet echt aan ons besteed”, klinkt het eensgezind. “Dus besloten we het roer drastisch om te gooien en van het café een restaurant te maken.”

Dat doen ze en van die ingrijpende stap hebben ze nog geen moment spijt gehad. Zowel Theo’s vader als die van Jolanda steken de helpende hand toe om de plannen vorm te geven. “Mijn vader verleende allerlei hand-en-spandiensten en die van Theo adviseerde over de bedrijfsmatige aspecten”, vertelt Jolanda. “Dat was best emotioneel”, herinnert Theo zich, “We gingen natuurlijk iets heel anders doen dan mijn vader altijd had gedaan. Zijn café verdween, maar hij heeft ons altijd gesteund.”

Interieur markant pand krijgt metamorfose

Voordat ze het biljart de deur uit doen en het interieur onder handen nemen, kijken Theo en Jolanda flink wat rond. “Inderdaad, we hebben de nodige research gedaan en zijn echt niet over een nacht ijs gegaan. Ook hebben we een interieurontwerper in de hand genomen en samen hebben we er dit van gemaakt”, zegt Theo met een wijds gebaar wijzend op de inrichting van het restaurant. Weliswaar heeft het interieur een complete metamorfose ondergaan, aan het uiterlijk van de oorspronkelijke stationsrestauratie is nauwelijks iets gewijzigd. “Dat wilden we ook zo houden, want het blijft toch een markant pand.”

Hoewel de ruimte toereikend is voor meer tafels, willen Theo en Jolanda het restaurant niet volproppen. “Nu kunnen hier 36 gasten comfortabel een plek vinden”, zeggen ze. “Zo kunnen we ook de privacy van onze gasten garanderen. We hebben geen dubbele bezetting. Mensen komen hier niet voor een snelle hap. Dat past niet ins ons concept.”

Marjolein, Jolanda en Theo Heetmayer in The Bar, hun nieuwste project (foto Pauw Media).
Marjolein, Jolanda en Theo Heetmayer in The Bar, hun nieuwste project (foto Pauw Media).

Nog steeds woont het gezin Heetmeijer boven de zaak. Natuurlijk heeft dat invloed op de privacy, maar ze zijn niet anders gewend, stellen ze. “Ik weet niet beter dan dat paps en mams in het café waren”, zegt Marjolein. Uit die tijd herinnert ze zich dat alles vooral groen en bruin was. Inderdaad, een typische jaren ’70 uitstraling en totaal anders dan nu.

Bereden politie of de horeca

Dat de nu negentienjarige Marjolein bij haar vader en moeder in het bedrijf zou komen was zeker niet vanzelfsprekend, vertelt Marjolein. “Eigenlijk wilde ik naar de bereden politie, maar dat zat er niet in. Wel heb ik altijd baantjes in de horeca gehad en ik heb ook een horeca-opleiding gedaan.”

Als hun dochter aangeeft dat ze er wel voor voelt bij haar ouders in de zaak aan de slag te gaan, informeren Theo en Jolanda verschillende keren indringend of ze dat wel zeker weet. “Altijd werken als een ander vrij is, wil je dat wel, hebben we haar verschillende keren gevraagd. Maar ze had er haar zinnen op gezet, dus nu werkt ze hier parttime, naast haar opleiding en haar andere baan.”

Zodra de kogel door de kerk is, krijgt Marjolein van haar vader direct een uitdagende klus in haar schoot geworpen. “Hij stelde voor dat ik de voormalige slijterij anders zou inrichten en er een nieuw concept voor zou bedenken”, zegt Marjolein. Die kans om te laten zien wat ze in haar mars heeft, laat ze niet liggen. Voortvarend gaat zij aan de slag om de opdracht tot een goed einde te brengen. Als ze met haar vader onderweg is, bespreken zij voortdurend haar ideetjes. “Ik wist daar allemaal niks van”, laat Jolanda quasi verontwaardigd weten.

Proeverijen en workshops

Dat Marjolein scherp voor ogen staat hoe het nieuwe concept, inclusief de inrichting, er uit moeten zien, daarover bestaat geen twijfel. Van haar vader krijgt zij de vrije hand. Dat resulteert in een concept waarin proeven, genieten en beleven centraal staan. “In de Bar, zoals we die ruimte noemen, ligt de nadruk op de beleving”, licht Marjolein toe. “We organiseren er proeverijen en workshops. Aparte gerechtjes, bijzondere wijnen, verschillende bieren. Hier vind je het”, zegt ze enthousiast. Duidelijk is dat ze alle registers opentrekt om van ‘haar’ concept een succes te maken.

Even lijkt er een kleine kink in de kabel te komen als het project is afgerond en haar vader het heft weer in handen wil nemen. “Voor mij was het nog niet afgelopen”, klinkt het zelfverzekerd. “Ik heb het concept bedacht en vormgegeven en nu wil ik er ook iets mee doen.” Daar kan haar vader zich wel in vinden en hij biedt haar de ruimte om zelf een belangrijk deel van de exploitatie van de Bar in handen te nemen.

Hoewel haar beide ouders het volste vertrouwen in hun dochter hebben, moet Jolanda toegeven dat ze er ’s nachts wel eens wakker van ligt. “Ik vraag me dan af of ze de calculatie wel goed heeft gedaan, of de bestellingen kloppen en de afspraken goed opgenomen zijn.” Zelf weet Marjolein dat ze nog veel van haar ouders kan leren, maar ze laat er geen twijfel over bestaan dat dit echt ‘haar ding’ is. Voorlopig wil ze nog flink wat ervaring opdoen, staan er opleidingen op het programma en wil ze straks als volleerd sommelier in Buitenlust aan de slag. Over opvolging hoeven Theo en Jolanda zich duidelijk geen zorgen te maken.

Dit artikel schreef ik voor de Barneveldse Krant in de serie Familiezaken.

Geplaatst in publicaties en getagd met .

Wat is jouw mening?