Ongetemde kracht van tekst en taal

Schrijvers leiden een eenzaam bestaan, zo weet ik uit ervaring. Stoeien met tekst en taal gebeurt overwegend in de beslotenheid van mijn werkkamer waar ik onvermoeibaar het toetsenbord beroer totdat de deadline angstvallig dicht nadert. Soms laat ik mij echter verleiden tot een publiek optreden. Die laten, althans bij mij, altijd een onuitwisbare indruk achter. Zoals mijn recente lezing. Dat ging zo.

Presentatie 'Tobben met tekst'

Uit ervaring weet ik dat bij een presentatie de eerste minuten het spannendst zijn. Je toehoorders direct op het puntje van hun stoel laten zitten, daar gaat het om. Welgemoed laat ik mijn eerste lichtbeelden zien en het lukt me direct de aandacht van het gezelschap te grijpen. De kop is er af en niets lijkt een succesvolle avond in de weg te staan. Maar dan gaat het mis.

Slechte teksten

Mijn betoog handelt over de ongetemde kracht van tekst en taal. Gebruik je het gereedschap op de juiste wijze dan valt er winst mee behalen. Doe je dat niet dan kan de schade fors oplopen, houd ik mijn gehoor voor. Om mijn bewering kracht bij te zetten verwijs ik naar een Amerikaans rapport waaruit blijkt dat bedrijven forse schade ondervinden van slechte teksten. “Onderzoekers interviewden 547 zakenmensen, die gemiddeld 25,5 uur per week lezen”, vertel ik. “Een derde van hun leestijd besteden ze aan het doorspitten van e-mails. Meer dan 80 procent van de geïnterviewden vond dat ze tijd verloren door slecht geschreven berichten. De voornaamste klachten betroffen de lengte van de teksten, het gebrek aan structuur, helderheid en precisie en onnodig jargon.”

Hiermee veronderstel ik het zakelijk belang van sterke teksten voldoende te hebben aangetoond en ik laat een gepaste stilte vallen zodat mijn flitsende opening kan bezinken. Nog voor ik kan overstappen naar het volgende deel van mijn presentatie, valt een van de aanwezigen mij in de rede. Wat zijn goede teksten dan wel, vraagt hij zich af. Ik verzoek nog wat respijt om op zijn opmerking te reageren, daar ik nog meer pijlen op mijn boog heb. Helaas, mijn tweede argument, waarbij ik verwijs naar een onderzoek van de Universiteit van Utrecht, overtuigt deze kritische toehoorder ook niet.

Nog maar wat extra kooltjes op het vuur, denk ik, en ik vertel dat taalfouten ervoor zorgen dat lezers niet alleen een tekst lager waarderen, maar ook de schrijver of diens onderneming. Om mijn betoog extra kracht bij te zetten, wijs ik op een onderzoek waaruit blijkt dat webbezoekers vaak afzien van geplande aankopen als ze fouten in een webtekst aantreffen. Blijkbaar vertrouwen ze het bedrijf niet, stel ik.

Toets der kritiek

Voordat er een reactie uit de zaal komt, verwijs ik naar een onderzoek van een softwarebedrijf dat aantoont hoe slecht online teksten scoren. Experts namen websites van 340 grote merken, zoals Gucci, Harley-Davidson en Exxon Mobil onder de loep. Ze beoordeelden 20 miljoen zinnen van ruim 150.000 websites op grammatica, stijl en leesbaarheid. Het resultaat: slechts 31% van de teksten kan de toets der kritiek ontstaan. Zo, daar kun jullie niet omheen, denk ik als ik enigszins de zaal in kijk.

Mijn kritische luisteraar kan ik maar niet overtuigen en hij legt me het vuur na aan de schenen. Misschien lukt dat met enkele voorbeelden uit de praktijk, hoop ik, en ik laat afbeeldingen zien van reclame-uitingen waarin een storende taalfout staat. Niet alleen leuk om de scherpzinnigheid van de aanwezigen te testen, maar ook om aan te tonen dat zelfs multinationals de mist in kunnen gaan. De gewraakte advertenties gingen op internet een eigen leven leiden en de kritische commentaren waren niet van de lucht. Imagoschade voor het bedrijf was het gevolg, licht ik toe.

Ook nu heeft mijn bewering een averechts effect. Mijn opponent, zo begin ik hem inmiddels te zien, vindt juist dat door de aandacht die de advertenties genereerden er sprake was van gratis publiciteit. Blijkbaar hanteert hij het principe: ‘het maakt niet uit wat ze over je zeggen, als ze maar over je praten’. Dat gerenommeerde bedrijven volstrekt belachelijk werden gemaakt toen de advertenties ‘viral’ gingen, deert hem niet. Gelukkig dient zich na deze discussie een pauze aan. Dat biedt mij de gelegenheid na te denken over argumenten die ik nog kan aandragen om mijn gehoor te overtuigen van de vernietigende kracht van slechte teksten.

Duidelijke taal

Zodra ik mijn betoog vervolg, toon ik een aanplakbiljet van een winkelier die een nogal ongelukkige tekst had geschreven. Nadat hij het bericht op zijn winkelruit had geplakt, duurde het maar even voordat er afbeeldingen met weinig vleiende commentaren op internet verschenen. De arme man werd volstrekt belachelijk gemaakt en zijn winkel kreeg het zwaar te verduren. “Kijk”, zeg ik, “dit had hij dus kunnen voorkomen als hij een professionele tekstschrijver had ingehuurd”.

Direct vraag ik hoeveel mijn gehoor zou willen betalen voor een gekwalificeerde tekstschrijver. Terwijl iedereen daarover nadenkt, klinkt er “Niks”. Inderdaad, mijn kritische luisteraar vindt het onzin iemand te betalen voor het produceren van een stukje tekst. In één klap dreigt mijn zorgvuldig opgebouwde presentatie onderuit te worden gehaald.

Na afloop van deze bijzondere bijeenkomst laat ik enigszins vertwijfeld de avond de revue passeren. Was ik niet duidelijk genoeg, gebruikte ik de verkeerde voorbeelden of waren mijn argumenten onvoldoende steekhoudend? Mijn twijfels verdwijnen als ik een telefoontje krijg. “Ik was bij je presentatie en ik wil geen blunders maken. Kun je me helpen?” Deze ondernemer heeft ingezien dat duidelijke teksten niet alleen het vertrouwen van klanten en relaties winnen, maar uiteindelijk ook harde euro’s opleveren.

Tobben met tekst en taal

Belangstelling voor een presentatie over de ongekende kracht van tekst en taal? Kijk hier voor gedetailleerde informatie over ‘Tobben met tekst en taal’.

Bovenstaand artikel verscheen eerder in Blik op Portugal,
het maandblad van de NCA, de Nederlandse Club Portugal.

Geplaatst in schrijfnieuws en getagd met .

Wat is jouw mening?